Contextueel Pastoraat, wat is dat?  

‘No man is an island’, zo citeerde Aat van Rhijn de 17e eeuwse Engelse dichter John Donne om aan te geven hoe een mens nooit op zichzelf staat. Programma’s als ‘Spoorloos’ of ‘verborgen verleden’, interviews over de rol van familie, van vaders en moeders, zoals van de interviewer Coen Verbraak, ze geven aan hoe wezenlijk het is voor een mens om te ervaren en te weten waar je vandaan komt, op welke manier je al dan niet verbonden bent met mensen uit vorige generaties, ook met het oog op komende generaties. En om bij te dragen aan huidig en toekomstig samenleven dat familieverbanden overstijgt.

Het was de Hongaars-Amerikaanse psychiater en pionier op het gebied van familietherapie Ivan Boszormenyi – Nagy (1920-2007), die een systematiek bracht in het denken over mensen in hun onderlinge verbanden. Vanuit vijf optieken (dimensies) deed hij dat: feiten, psychologie, transacties, relationele ethiek en de ‘ontische’ afhankelijkheid van mensen (a la Martin Buber: in den beginne is er relatie).

‘Nagy’ is een bron van inspiratie geworden voor veel therapeuten en maatschappelijk werkenden over de hele wereld. In Nederland is zijn benadering verder uitgewerkt door Aat van Rhijn en Hanneke Meulink-Korf ten behoeve van geestelijk verzorgenden en pastores, en is bekend geworden onder de naam ‘Contextueel Pastoraat’.

Van Rhijn en Meulink-Korf ontdekten dat Nagy’s benadering van de menselijke werkelijkheid als een relationele werkelijkheid verenigbaar is met Bijbelse noties en met sommige geloofsopvattingen, met spirituele wijsheid die door generaties heen wordt overgedragen en met rituelen waarover pastores beschikken. Inmiddels ontdekken ook humanisten en moslims de waarde van de contextuele benadering die zij in gesprek brengen met hún bronnen van relationeel-ethische inspiratie.

Pastoraal werk en geestelijke verzorging putten weliswaar uit inzichten vanuit therapie en hulpverlening, maar hebben een eigen opdracht, die verbonden is met zingeving en levensbeschouwing, met geloof en religieuze gemeenschap. De toepassing van de contextuele benadering in dit veld vraagt daarom om bezinning en bewerking. Aat van Rhijn en Hanneke Meulink-Korf verwoorden het uitgangspunt voor contextueel pastoraal denken als volgt: ‘Een mens staat, zo geloven wij, ten overstaan van God altijd met anderen aan de hand, en tegelijk: met anderen aan de hand staat een mens voor God. (De onvermoede derde. Inleiding in het contextueel pastoraat, Zoetermeer 2002, p. 51). 

Voor wie belangstelling heeft voor contextueel pastoraat biedt Stichting Contextueel Pastoraat aan: een introductiecursus, tweedaagse trainingen rond een thema, een tweejaarlijkse studiedag en het blad Contextuele Berichten. Voor de Post-HBO opleiding Contextueel werken in geestelijke verzorging en pastoraat verwijzen we naar het Instituut Contextuele Benadering van de CHE: zie https://www.che.nl/opleidingen/deeltijd/post-hbo/contextueel-werken-geestelijke-verzorging-en-pastoraat 

Een casus van contextueel pastoraat

Evelien, humanistisch geestelijk verzorger op een grote internationale luchthaven en geschoold in contextueel pastorale zorg. Tijdens een gesprek met haar supervisor vertelt ze: “Veel van de verhalen van de passagiers die wachten op hun vlucht gaan over relatieproblemen. Ik heb nauwelijks gelegenheid voor gesprekssessies met een familie en zelfs niet met een enkele persoon. Toch, soms kan één enkele goede vraag behulpzaam zijn. Vorige week kwam er een man naar onze kleine kapel op de luchthaven. Hij stak een kaars aan en vroeg me: ‘Pastor, wat moet ik doen? Ik heb mijn zoon in de steek gelaten. Ik ben op weg naar de VS voor een nieuwe baan, mijn zoon woont met zijn moeder en stiefvader in Azië, zonder mij. Wat heb ik gedaan? Hoe kan ik ooit nog gelukkig zijn?’ Ik heb gezegd: ‘Ik weet niets van jou en je familie.  Zou het mogelijk zijn om je zoon te bellen of te mailen om hem te vertellen dat jij een kaars voor hem hebt aangestoken, en wat jij voor hem hoopt?’ Na een poosje had onze gast gezegd: ‘Ja, ik ga het hem vertellen. En ik zal ook nog een kaars aansteken voor zijn kleine halfzusje. Mijn zoon houdt veel van deze baby en dat doet hem goed.’ De man bleef niet langer dan een kwartiertje en toen ging hij zijn vlucht halen.”

 
Dit is een voorbeeld van hoe misschien een enkele interventie, gebaseerd op de contextuele theorie, in een omgeving met een religieuze sfeer en de mogelijkheid voor een ritueel dat verwijst naar een ontastbare wereld (de kaars), iemand verder kan helpen. Zonder te weten welke van deze aspecten het meest geholpen hebben, veronderstellen wij dat het óók de pastor was die de passagier met een paar woorden aanmoedigde iets te doen. [….] Ze stelde nauwelijks vragen over de feitelijke situatie van de man, bijvoorbeeld zijn economische situatie; ze vroeg niet naar zijn gevoelens – waarschijnlijk bedroefdheid en ambivalentie. Ze ging ook niet in op de systemische achtergrond van zijn migratie, misschien verbonden aan zijn scheiding en de nieuwe gemengde familie van zijn ex-vrouw, inclusief zijn zoon. In plaats van deze interventies te doen stimuleerde de pastor de zorg van de ‘client’ voor zijn zoon én voor het baby-zusje van zijn zoon. Zij erkende zijn bezorgdheid als een vorm van zorgzaamheid: een geschenk voor zijn zoon. Haar houding was gebaseerd op het principe van meerzijdig gerichte partijdigheid.

In het kort, in deze casus vinden we enkele centrale begrippen van contextueel pastorale hulpverlening: iemand aanmoedigen om te letten op relationele hulpbronnen en om energie te geven aan een relatie door te ‘geven’. De bezoeker aan de luchthavenkapel was in zichtbare wanhoop. De pastor stimuleerde hem iets te doen voor zijn zoon als een vorm van geven, waardoor hij zich opnieuw met hem kon verbinden. Zo hielp zij hem zijn lijden te verlichten.

In alle contextuele interventies wordt het helende moment omschreven als een moment van geven en ontvangen. Het verlichten van lijden is dus relationeel gedefinieerd. De zoon zal misschien nooit weten van het gebaar van zijn vader, maar zelfs dan, dit gebaar van de vader voor de zoon kon een beetje de wond van de vader genezen.

Tekst ontleend aan: Catherine Ducommun Nagy, Hanneke Meulink-Korf, Greteke de Vries, Revitilizing Relationships – The resources of contextual therapy, with inspiration from the pastoral process and interfaith studies. Africa Sun Media 2023. (Vertaling GAdV.)